Het verschrikkelijke verleden van Vinnitsa

Tsja, hoe gaat dat, als je weet dat je een lange, vermoeiende reis voor de boeg hebt met een jou nog steeds redelijk onbekende reisgenoot? 

Je stelt je erop in. Dat is dus wat ik deed, op weg vanuit de sub-Karpaten naar een afspraak nabij Uman, bijna 600 kilometer verderop in Oekraïne. We zouden twee dagen later om 13.00 uur een Nederlandse boerin treffen bij hectometerpaaltje 183, op de weg van Kiev naar Odessa. Hectometerpaaltje 183 was te herkennen aan het aanpalende restaurant Lukc, waar ze de beste sjasliks van het land serveerden, aldus de boerin in een mail. Dat trof. Voor de lekkerste sjasliks van Oekraïne  rijden wij graag een kleine 600 kilometer om op verreweg de slechtste wegen van heel Europa.

We klotsten dus door het land en bespraken de gaten in de weg. Hoe kon een land economisch ooit vooruit komen met zulke slechte wegen? Nadat we voor een tweede keer de gaten in de weg hadden besproken en een bijna-botsing met een vrachtwagen hadden verwerkt,  bladerde ik door de iPod van mijn reisgenoot. Goh, wat leuk, we hadden min of meer dezelfde muzieksmaak. Sjezus, Gavin Friday, mijn reisgenoot had Gavin Friday op zijn iPod, hoe is het mogelijk, dat is de muziek waarop mijn man en ik elkaar hebben gevonden. 100 jaar niet gedraaid en nu hier, op die godvergeten slechte wegen van Oekraïne, denderde ‘I want to live’ weer door de krakende speakers. Heel bijzonder. Echt leuk.

Het viel een tijdje stil en daarna hadden we het weer over muziek. Of ik wist dat KC van de Sunshineband nog steeds heel rijk was en ook heel dik en kaal geworden? Had Gert-Jan gezien in een documentaire. Gert-Jan heeft nog 100 interessante documentaires gezien en hij gaat ze allemaal voor me branden, als hij ooit nog in Nederland komt na zijn wereldreis in alle voormalige Sovjet-Republieken. Leuk hoor, alvast heel erg bedankt.

We stopten bij een prachtige begraafplaats om foto’s te maken, nog een wederzijdse hobby. Hoe vaak mijn gezin niet gek van me wordt omdat ik altijd wil stoppen als ik weer eens een foto van de eeuw zie en nu kon ik gewoon zo vaak stop zeggen als ik wou, want Gert-Jan begreep het volkomen, hij had precies hetzelfde. Daarna was het hek van de dam, ik schoot er vanuit de losse pols op los. Maar toch vooral vanuit de auto, met het toestel op schoot, want ja: we waren al vier uur op weg en nog maar 150 kilometer opgeschoten. Klote gaten ook in de weg. Hoe kan een land economisch ooit vooruit komen met zulke wegen. En had hij dat ook, dat je na zo’n dag vooral spijt hebt van de keren dat je niet bent gestopt om die ene foto te maken, van die vrouwtjes met hoofddoeken die weckpotten met iets erin probeerden te verkopen langs de weg, terwijl het zonlicht zo mooi op die potten scheen? Ze maken alles in, die vrouwtjes, wist Gert-Jan. In Rusland eet je het hele jaar door gedroogde appeltjes en peertjes. Het zal evenzogoed je leven maar zijn, dag in dag uit ingemaakte appeltjes verkopen langs die stinkwegen hier, deed ik een duit in het zakje. Ja nee, wij telden onze zegeningen. En terug in Nederland ging er een bloemetje naar de wegenbouwers. Wat zijn wij verwend zeg, in Nederland. En toch altijd maar klagen.

Uren later was het allang mooi geweest, maar stoppen was eigenlijk geen optie. Ik overwoog Tavares op te zetten toen we een ons onbekende stad binnenreden. We hadden geen naambordje gezien. Althans, ik had niks gezien, jij wel? Nee, hij had ook niks gezien, serieus grote stad wel, het ging maar door. Wat zou dit kunnen zijn? Met holle ogen keken we elkaar aan. We waren kapot. Toch maar stoppen dan? Die laatste 150 kilometer haalden we makkelijk de volgende dag. Terwijl de laatste klanken van ‘Heaven must be missing an angel’ wegstierven, stopten we bij een motelletje net buiten de stad. Een superslanke blondine op misselijkmakend hoge hakken liet ons wat kamers zien. Seperate beds please, op zijn minst, was de eis. Aardige vent hoor, die Gert-Jan Peddemors, leuke muzieksmaak ook. Maar tot zover. Van de blondine kregen we te horen dat die grote stad Vinnitsa was. Nou fijn, boeiend. Na het eten checkten we onze mail, deden oordoppen in en vielen meteen in slaap.In onze gescheiden bedden uiteraard.

De volgende ochtend lazen we toch nog even snel op internet waar we nu eigenlijk beland waren. De haren gingen recht overeind. Eén van de grootste massamoordenaars aller tijden, Stalin, was in de jaren dertig enorm tekeer gegaan in Vinnitsa. Tienduizend Oekraïners (!) werden met een nekschot afgemaakt door de Russische geheime dienst en in een massagraf in het stadspark gegooid. En o, ironie, wie spraken hier schande van? De nazi’s. Die lieten nota bene een internationaal onderzoek doen. Bij dat internationale onderzoek was ook een Amsterdamse professor, Ter Poorten, betrokken. Terwijl deze Ter Poorten samen met nog wat buitenlanders uit naam van de nazi’s onderzoek deed naar een schanddaad van Stalin uit de jaren dertig, joegen diezelfde nazi’s s zelf alle 28-duizend joden uit Vinnitsa over de kling. Er bestaat een verschrikkelijke foto. Daarop de laatste nog levende jood van Vinnitsa, op de rand van een massagraf waar hij dadelijk dood in zal vallen.

Tegenwoordig is Vannitsa vooral bekend van de datingsites, zien we daarna. De ene Oekraïense schone na de andere wordt in sexy poses aangeprezen voor de internationale zakenman, of wat voor man dan ook. Als hij maar geld heeft. Arme meisjes. Arme stad. We rijden verder naar hectopaal 183 en houden verder onze mond over de gaten in de weg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *